De Verkenningspatrouille van de verkenners van het 102
Prismakijker
Militaire Kaart: 1:50.000, 1 cm op de kaart is in werkelijkheid 500 meter
Kaarthoekmeter: voor het uitzetten van kaarthoeken en kompashoeken
Kompas: schaalverdeling in graden en duizendsten
360 graden en/of 6400 duizendsten

Een zin, die elke verkenner bekend in de oren klinkt, een noodzaak om zoveel mogelijk informatie te vergaren van de vijand.
Een van de mogelijkheden die gebruikt werd, is de "verkenningspatrouille te voet".
De meeste verkenningen werden met de voertuigen uitgevoerd, echter vaak was dit niet mogelijk en zeker in de nabijheid van de vijand moest men te voet verkennen.
Waarom en met welk doel?
Om inzicht te krijgen in de sterkte en samenstelling van de vijand was het een noodzaak voor de commandant van een Eskadron en/of peloton, zoveel mogelijk informatie te hebben van de vijand om zodoende zijn tactische plannen bij te sturen of aan te passen.
De voorbereiding en uitvoering van een verkenningspatrouille.
Meestal vanuit een verzamelgebied, gaf de PC de opdracht aan een wachtmeester/verkenner om een bepaald gebied te verkennen, de sterkte van de patrouille en een aantal kaartcoördinaten waar de vijand zich waarschijnlijk bevond, kortom, de PC gaf de commandant van de patrouille zoveel mogelijk informatie.
De patrouille bestond meestal uit 5 verkenners, er werd exact bepaald wie waar moest lopen.
De laatste verkenner had altijd nog een speciale opdracht, hij werd dan ook "haas" genoemd.
De "haas" had als extra opdracht, om, indien de patrouille in problemen dreigde te raken door b.v. contact met de vijand of in een hinderlaag te zijn geraakt, kostte wat kost te ontsnappen en de informatie die tot op dat moment vergaard was, door te geven aan zijn PC.
Het tenue van de patrouille was, gevechtstenue, vechtpet of baret zonder embleem en persoonlijk wapen.
Geen rammelende voorwerpen meedragen, gezicht en handen goed gecamoufleerd. De comandant heeft altijd een veldkijker-kompas en kaart bij zich.Op de kaart mogen uiteraard geen aantekeningen staan die van belang kunnen zijn voor de vijand.
Voor vertrek werd dit goed gecontroleerd door de commandant en even belangrijk was de informatie aan de patrouille.
Het spreekt voor zich, dat de commandant zijn mannen uitvoerig informeerde omtrent het gehele plan van uitvoering.
Tevens werd aangegeven de route terug.
Een verkenningspatrouille mag nooit dezelfde route terug.
Altijd dient dit een andere route te zijn voor het geval een "slimme" vijand de patrouille geobserveerd heeft en ze op de terugweg in een hinderlaag laat lopen
Ik kan u verzekeren dat het goed uitvoeren van een verkenning te voet geen makkie is.
Het is fysiek zwaar en je moet altijd voor de volle honderd procent op je hoede zijn.
Om je opdracht goed te kunnen uitvoeren is natuurlijk ook een beetje geluk nodig.
Als het goed is, heeft de vijand ook zijn maatregelen getroffen o.a. door eigen patrouilles en waarneming en luisterposten.
Uit eigen ervaring weet ik dat de vijand niet altijd even voorzichtig of alert was.
Mijn meeste verkenningen slaagden door fouten van de vijand.
Zonder na te denken een sigaret in het donker opsteken of even een zaklamp gebruiken, was vaak voldoende voor de verkenners en niet te vergeten was het toentertijd noodzakelijk minstens één voertuig stationair te laten draaien i.v.m. de radioapparatuur, dit was op grote afstand te horen.
Met alle opgedane informatie keerde de patrouille dan terug, even behoedzaam als de heenweg en ook de terugkeer van een patrouille moest goed zijn afgesproken.
Bij vertrek werd exact aangegeven waar je het verzamelgebied van eigen troepen moest binnenkomen en de wachtpost was op de hoogte van de terugkeer van de patrouille.
Was dit niet goed afgesproken, liep je het risico getroffen te worden door "friendly fire" .
Tenslotte bracht de cdt. van de patrouille uitvoerig verslag uit aan zijn commandant………
"Zien zonder gezien te worden"………..
Bron:
Mat Maes oud wachtmeester/verkenner van het 102 lichting 57-5
De patrouillecdt. kon dan met deze informatie zijn voorbereidingen treffen.
Allereerst gaf hij aan de manschappen die de patrouille uitvoerden een waarschuwingsbevel.
In dit bevel gaf hij aan: de komende actie/ het tenue/ controle persoonlijk wapen/ camouflage en tijd en plaats van de bevelsuitgifte. Bij deze bevelsuitgifte gaf de cdt. het volledig plan van hoe de patrouille zou worden uitgevoerd.

Intussen maakte de cdt. een gedegen kaartstudie, berekende kompasstanden van herkenbare plekken en stelde aan de hand van de kaart de route vast met de daarbij behorende formaties, kolonne met tweeën, ruitformatie enz., afhankelijk van het terrein.
Van groot belang was natuurlijk of de patrouille bij dag of nacht moest worden uitgevoerd, dit vereiste een heel andere tactiek.